Kalender 2026 voor naleving van chemische regelgeving (CLP/VIB/PCN-UFI)

Per kwartaal uitgewerkt, met praktische controlepunten

MSDS-Europe – Kompas voor chemische veiligheid – Kalender 2026 voor naleving van chemische regelgeving (CLP / VIB / PCN-UFI)

Voor de Europese chemische industrie en de marktdeelnemers in de chemische toeleveringsketen wordt 2026 vanuit het oogpunt van naleving van regelgeving een van de meest complexe perioden van het afgelopen decennium.

Dit artikel helpt bedrijven die met chemische stoffen en mengsels werken (fabrikanten, importeurs, distributeurs en webshops) om de belangrijkste jaarlijkse complianceverplichtingen langs een jaarlijkse tijdlijn te beoordelen: veiligheidsinformatiebladen (VIB’s), CLP-etikettering, PCN-kennisgevingen en UFI, leveranciersdocumentatie en onlineverkoop.

 

Kernbegrippen (kort en ondubbelzinnig)

Stof: één chemisch element of één chemische verbinding (bijvoorbeeld ethanol).

Mengsel: een oplossing die uit twee of meer stoffen bestaat (bijvoorbeeld een reinigingsmiddel, verf of lijm).

CLP-verordening (Verordening (EG) nr. 1272/2008): het EU-kader voor de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels (gevarenklassen, pictogrammen, gevarenaanduidingen (H-zinnen), veiligheidsaanbevelingen (P-zinnen), EUH-zinnen enzovoort).

Veiligheidsinformatieblad (VIB): een gestandaardiseerd en gestructureerd document voor gebruikers met informatie over de gevaren van een stof of mengsel en over veilige hantering, opslag en verwijdering; het volgt een indeling met 16 rubrieken.

PCN (gifcentrumkennisgeving): een kennisgeving van de samenstelling en toxicologische informatie van gevaarlijke mengsels aan gifcentra, in de geharmoniseerde vorm die is vastgelegd in bijlage VIII bij de CLP-verordening.

UFI (unieke formule-identificatiecode): een code van 16 tekens waarmee de PCN-kennisgeving aan het etiket van een mengsel wordt gekoppeld.

Nieuwe CLP-gevarenklassen (Gedelegeerde Verordening (EU) 2023/707): waaronder hormoonontregelaars (menselijke gezondheid/milieu), PBT/zPzB en PMT/zPzM. Deze brengen nieuwe aandachtspunten voor indeling en etikettering met zich mee en in sommige gevallen nieuwe EUH-zinnen.

 

Belangrijke data in 2026 om tijdig in te plannen

1. Nieuwe gevarenklassen – mengsels (nieuw in de handel gebracht)

1 mei 2026: de nieuwe gevarenklassen zijn van toepassing op mengsels die vanaf 1 mei 2026 in de handel worden gebracht.

2. Nieuwe gevarenklassen – stoffen (reeds in de handel)

1 november 2026: de overgangsperiode voor stoffen die reeds in de handel zijn gebracht eindigt. Vanaf deze datum is naleving van de nieuwe gevarenklassen verplicht.

3. PCN – de geharmoniseerde vorm is inmiddels de basisverwachting

Sinds 1 januari 2025 moeten PCN-kennisgevingen voor alle gevaarlijke mengsels die in de EU in de handel worden gebracht, in de geharmoniseerde vorm worden ingediend. In 2026 ligt de nadruk doorgaans op kwaliteit, actualiseringen en wijzigingsbeheer.

4. CLP-regels voor onlineverkoop en reclame – deadline uitgesteld

Het is belangrijk om te weten dat de eerder gecommuniceerde toepassingsdata in 2026–2027 voor de CLP-regels voor onlinekanalen zijn uitgesteld tot 1 januari 2028. Dit geldt onder meer voor eisen aan advertenties en aanbiedingen voor verkoop op afstand.

De juiste aanpak in 2026 is daarom voorbereiding van gegevens en interfaces, en niet een omschakeling op het laatste moment.

5. PFAS (per- en polyfluoralkylstoffen) – twee parallelle trajecten in 2026

  • PFAS in brandblusschuim: de beperking is in 2025 vastgesteld en wordt vanaf oktober 2026 van toepassing, met gefaseerde overgangsperioden.
  • Beoordeling van een EU-brede PFAS-beperking: ECHA streeft ernaar de wetenschappelijke beoordeling eind 2026 af te ronden.

 

Nieuwe gevarenklassen – de ontwikkeling van de CLP-verordening

De Europese Commissie heeft vastgesteld dat het eerdere indelingskader langetermijnrisico’s, zoals hormoonontregeling en mobiliteit in het milieu, onvoldoende afdekte.

Daarom is Gedelegeerde Verordening (EU) 2023/707 vastgesteld, waarmee zes nieuwe gevarenklassen in het EU-rechtskader zijn opgenomen.

 

De wetenschappelijke criteria en mechanismen achter de nieuwe gevarencategorieën

De invoering van de nieuwe klassen is niet alleen een administratieve wijziging, maar ook een wetenschappelijke paradigmaverschuiving.

Voor het vaststellen van hormoonontregelende eigenschappen heeft de wetgever zich gebaseerd op de definitie van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Een stof wordt als hormoonontregelaar beschouwd wanneer hormoonactiviteit is aangetoond, een schadelijk effect wordt waargenomen in een intact organisme, de nakomelingen daarvan of (sub)populaties, en er een biologisch plausibel causaal verband tussen beide bestaat.

De gevarenklassen persistent, bioaccumulerend en toxisch (PBT) / zeer persistent en zeer bioaccumulerend (zPzB) en persistent, mobiel en toxisch (PMT) / zeer persistent en zeer mobiel (zPzM) zijn bedoeld om milieurisico’s te beheersen.

PBT-stoffen vormen een gevaar doordat zij zich in de voedselketen ophopen. PMT-stoffen kunnen door hun mobiliteit in de watercyclus terechtkomen en zich ver van de bron verspreiden, tot in gebieden waar hun concentraties moeilijk beheersbaar worden. Deze eigenschap is met name kritisch voor de bescherming van drinkwaterbronnen.

De onderstaande tabel geeft een overzicht van de nieuwe klassen en de bijbehorende codes:

Naam van de gevarenklasseCategorieAfkortingBijbehorende EUH-zin
Hormoonontregelaar (menselijke gezondheid)Categorie 1ED HH 1EUH380
Hormoonontregelaar (menselijke gezondheid)Categorie 2ED HH 2EUH381
Hormoonontregelaar (milieu)Categorie 1ED ENV 1EUH430
Hormoonontregelaar (milieu)Categorie 2ED ENV 2EUH431
Persistent, bioaccumulerend en toxischPBTEUH440
Zeer persistent en zeer bioaccumulerendzPzBEUH441
Persistent, mobiel en toxischPMTEUH450
Zeer persistent en zeer mobielzPzMEUH451

 

Overgangsperioden en belangrijke data in 2026

Voor mengsels vormt 1 mei 2026 een duidelijke scheidslijn: elk mengsel dat vanaf die datum in de EU in de handel wordt gebracht, moet aan de nieuwe indelingsregels voldoen.

Voor stoffen is 1 november 2026 de uiterste datum voor zogenoemde bestaande stoffen die al in de handel zijn. Daarna mag geen stof in de handel blijven wanneer het etiket en het veiligheidsinformatieblad niet de relevante informatie bevatten die op grond van de nieuwe gevarenklassen vereist is.

De onderstaande tabel verduidelijkt de systematiek:

ProducttypeMarktstatusStart verplichte toepassing
StofNieuw (in de handel gebracht)1 mei 2025
StofReeds in de handel1 november 2026
MengselNieuw (in de handel gebracht)1 mei 2026
MengselReeds in de handel1 mei 2028

De tabel benadrukt een kritisch strategisch punt: hoewel mengsels die al in de handel zijn een overgangsperiode tot 2028 krijgen, dwingt de omschakeling voor grondstoffen (stoffen) in november 2026 mengselfabrikanten om hun formuleringen uiterlijk eind 2026 te beoordelen. Leveranciers zullen dan naar verwachting in hoog tempo geactualiseerde veiligheidsinformatiebladen toesturen.

 

CLP-regels voor onlineverkoop en reclame

De herziening van de CLP-verordening en het „Stop the Clock”-mechanisme.

Verordening (EU) 2024/2865 is tot op heden de meest omvangrijke tekstuele wijziging van de CLP-verordening en richt zich op digitalisering, onlinehandel en administratieve vereenvoudiging.

Naar aanleiding van zorgen van belanghebbenden uit het bedrijfsleven hebben het Europees Parlement en de Raad echter Verordening (EU) 2025/2439 vastgesteld, die in de sector doorgaans de „Stop the Clock”-verordening wordt genoemd.

Door de eind 2025 vastgestelde wijziging zijn de termijnen voor diverse belangrijke verplichtingen verschoven naar 1 januari 2028.

Het uitstel tot 2028 heeft betrekking op de volgende gebieden:

  • Etiketformaat en leesbaarheid: strikte eisen aan lettergrootte en regelafstand.
  • Onlineverkoop en reclame: de verplichting om bij verkoop op afstand vóór de aankoop alle etiketteringselementen weer te geven, evenals aangescherpte eisen aan gevareninformatie in advertenties.
  • Tankstations: specifieke informatie die op brandstofpistolen moet worden vermeld (UFI en leveranciersgegevens).

Dit uitstel geeft bedrijven in 2026 extra ruimte. De wetgever benadrukt echter dat de voorbereidingen niet mogen worden stilgelegd. 2026 moet het jaar worden waarin gestructureerde gegevens in PIM-systemen worden ingevoerd.

 

PFAS en siloxanen – REACH-beperkingen

Bijlage XVII bij de REACH-verordening bevat beperkingen voor bepaalde stoffen en/of mengsels.

In 2026 bereiken twee gebieden een kantelpunt dat vrijwel elke sector raakt: PFAS en cyclische siloxanen.

PFAS in brandblusschuim en de verplichting om beheersplannen op te stellen

Bij Verordening (EU) 2025/1988 is vermelding 82 aan bijlage XVII bij REACH toegevoegd. Daarmee wordt het gebruik van per- en polyfluoralkylstoffen (PFAS) in brandblusschuim beperkt. Vanwege hun uitzonderlijke stabiliteit worden PFAS vaak „eeuwige chemicaliën” genoemd. Na emissie in het milieu kunnen zij onomkeerbare schade veroorzaken.

Belangrijke PFAS-termijnen in 2026:

  • 23 oktober 2026 – verbod op het in de handel brengen: vanaf deze datum is het verboden om PFAS-houdend brandblusschuim in draagbare brandblussers in de handel te brengen, met uitzondering van bepaalde alcoholbestendige typen waarvoor tot april 2027 een afwijking geldt.
  • 23 oktober 2026 – PFAS-beheersplan: dit vormt de belangrijkste administratieve belasting voor exploitanten. Elke locatie waar PFAS-houdend schuim wordt gebruikt of opgeslagen, met uitzondering van draagbare brandblussers, moet over een locatiespecifiek beheersplan beschikken.

Het PFAS-beheersplan moet het volgende bevatten:

  • Het exacte type en de hoeveelheid schuim die op de locatie worden gebruikt en opgeslagen.
  • Een beschrijving van de technische maatregelen die zijn getroffen om lekkages te voorkomen.
  • Een protocol voor de inzameling en verwijdering van afvalschuim en verontreinigd bluswater, met toepassing van een geverifieerde vernietigingstechnologie.
  • Een gedocumenteerde strategie voor de omschakeling naar fluorvrije alternatieven.

Deze documentatie moet ten minste 15 jaar worden bewaard en op verzoek aan de bevoegde autoriteit worden getoond, bijvoorbeeld aan de rampenbestrijdings- of milieuautoriteiten.

Uitfasering van cyclische siloxanen (D4, D5 en D6)

Verordening (EU) 2024/1328 heeft vermelding 70 van bijlage XVII bij REACH gewijzigd en de beperkingen voor het gebruik van cyclische siloxanen (D4, D5 en D6) aangescherpt. Deze stoffen worden veel gebruikt in de cosmetica-industrie, bij chemisch reinigen en in tal van industriële technologieën.

Op grond van de beperking mogen octamethylcyclotetrasiloxaan (D4), decamethylcyclopentasiloxaan (D5) en dodecamethylcyclohexasiloxaan (D6) na 6 juni 2026 niet als zodanig of in mengsels in de handel worden gebracht in concentraties van meer dan 0,1 gewichtsprocent. In de verordening zijn bepaalde uitzonderingen opgenomen.

Deze termijn is met name van invloed op cosmetische producten, met uitzondering van producten die worden afgespoeld en waarvoor al eerder beperkingen golden. Ook voor de stomerijsector is dit een kritieke datum, omdat het gebruik van oplosmiddelen die deze stoffen bevatten vanaf dat moment wordt verboden.

 

Andere CLP-bepalingen die in 2026 van toepassing worden

Hoewel de toepassing van de eisen aan het etiketformaat is uitgesteld, worden diverse technische en procedurele regels op grond van Verordening (EU) 2024/2865 vanaf 1 juli 2026 verplicht.

  • MOCS-stoffen: bij de indeling van stoffen met meer dan één bestanddeel (MOCS), zoals etherische oliën en plantenextracten, moeten de afzonderlijke bestanddelen op vergelijkbare wijze als bij mengsels in aanmerking worden genomen wanneer geen testgegevens voor de stof als geheel beschikbaar zijn.
  • Digitale etikettering: de vrijwillige mogelijkheid om een digitaal etiket (QR-code) te gebruiken wordt beschikbaar, maar uitsluitend onder strikte technische voorwaarden. De toegang moet kosteloos en zonder wachtwoord mogelijk zijn en ten minste 10 jaar beschikbaar blijven.
  • Uitvouwetiketten: het gebruik van uitvouwetiketten voor meertalige of omvangrijke informatie wordt gestandaardiseerd.

 

Compliancekalender per kwartaal voor 2026

Q1 (januari–maart): basis voor productportfolio en documentatie

Doel: het bedrijf moet een duidelijk overzicht hebben van de documenten en verplichtingen die voor elk product gelden en van eventuele lacunes.

Aanbevolen stappen:

  • Lijst van het productportfolio: SKU/productnaam, stof of mengsel, gebruikerscategorie (consument/professioneel/industrieel) en doellanden.
  • VIB-audit: alleen beschikken over een veiligheidsinformatieblad is niet voldoende. Er moet worden gecontroleerd of het voldoet aan de indeling van Verordening (EU) 2020/878, die reeds verplicht is, en of rubriek 9 de nieuwe fysische en chemische parameters bevat.
  • Controle van het etiket (CLP): pictogrammen, signaalwoord, gevarenaanduidingen (H-zinnen), veiligheidsaanbevelingen (P-zinnen), EUH-zinnen, leveranciersgegevens en, indien vereist, de UFI.
  • Beoordeling van de status van PCN-kennisgeving en UFI: is voor elk gevaarlijk mengsel een PCN-kennisgeving ingediend? Komt de UFI op het etiket overeen met de UFI in de kennisgeving? Belangrijk: de UFI moet ook in de PCN-kennisgeving worden opgenomen.
  • Leveranciersverklaringen: vraag leveranciers om schriftelijk te bevestigen of de geleverde stoffen aan de nieuwe CLP-gevarenklassen (ED, PBT en PMT) zijn getoetst.

Downloadbare checklist

 

Q2 (april–juni): mengsels voorbereiden op 1 mei 2026

Doel: waarborgen dat bij de indeling en etikettering van mengsels die vanaf 1 mei 2026 in de handel worden gebracht rekening wordt gehouden met de nieuwe gevarenklassen. Mengselfabrikanten moeten op dat moment al beschikken over gegevens voor de herindeling van hun grondstoffen.

Aanbevolen stappen:

  • Nieuwe indelingsbesluiten: beoordeel voor mengsels die vanaf 1 mei 2026 in de handel worden gebracht de relevantie van de nieuwe CLP-klassen. Wanneer een bestanddeel bij 0,1% (m/m) als hormoonontregelaar is ingedeeld, moet ook het mengsel dienovereenkomstig worden ingedeeld.
  • Etiketactualisering: hoewel de toepassing van de eisen aan het formaat, zoals de lettergrootte, mogelijk tot 2028 is uitgesteld, geldt dit niet noodzakelijk voor de inhoud, waaronder nieuwe EUH-zinnen. Wanneer de indeling van een stof na 1 november 2026 verandert, moet ook het etiket de nieuwe EUH-zin vermelden, in overeenstemming met het veiligheidsinformatieblad.

Versiebeheer en goedkeuring van etiketten: leg een interne workflow vast waarin is bepaald wie beslist, wie goedkeurt en hoe versies worden gearchiveerd.

  • Regels voor PCN-actualisering: wanneer de samenstelling, indeling, productnaam, verpakking of het gebruik verandert, moet de PCN-kennisgeving worden geactualiseerd. Bij een wijziging van de indeling, bijvoorbeeld door toevoeging van een nieuwe EUH-zin, moet ook de kennisgeving worden geactualiseerd.
  • Voorbereiding van webshopgegevens voor 2028: sla de etiketteringselementen die later op productpagina’s moeten worden weergegeven, zoals pictogrammen, H- en P-zinnen, EUH-zinnen en de UFI, gestructureerd op in PIM-/ERP-velden.

 

Q3 (juli–september): interne audits en start van de PFAS-voorbereidingen

Doel: compliance mag geen tijdelijke campagne zijn, maar moet deel uitmaken van de dagelijkse bedrijfsvoering.

Aanbevolen stappen:

  • Voer een beknopte checklist voor wijzigingsbeheer in voor elke productwijziging:
    • Wordt het veiligheidsinformatieblad geraakt?
    • Wordt het etiket geraakt?
    • Worden de PCN-kennisgeving en de UFI geraakt?
    • Worden de webshopgegevens geraakt?
  • Voorraadbeheer: vóór de deadline voor stoffen op 1 november is het raadzaam stoffen met oude etiketten uit de voorraad te verwijderen of heretikettering voor te bereiden.
  • MOCS-beoordeling: fabrikanten van producten op basis van etherische oliën en extracten moeten controleren of complexe stoffen (MOCS) voldoen aan de nieuwe regels die in juli van toepassing worden.
  • Leverancierscontrole: vraag om automatische kennisgevingen van VIB-actualiseringen en wijs intern een verantwoordelijke aan voor de verwerking van wijzigingen in de systemen.
  • Interne training (kort en doelgericht): informeer magazijn-, klantenservice- en marketingteams over wat wel en niet over gevaarlijke producten mag worden beweerd, met name via onlinekanalen.

 

Q4 (oktober–december): 1 november 2026 (stoffen) en PFAS-focus

Doel: waarborgen dat de indeling en etikettering van de betrokken stoffen uiterlijk op 1 november 2026 op orde zijn en voorkomen dat de toepasselijkheid van de PFAS-regels in 2026 onopgemerkt blijft.

Aanbevolen stappen:

  • Screening van stoffen: stoffen in het productportfolio van het bedrijf die al in de handel waren, moeten uiterlijk op de deadline aan de nieuwe gevarenklassen voldoen.
  • Beoordeling van de PFAS-relevantie:
    • zijn er PFAS-houdende producten, brandblusschuimen of aanverwante toepassingen;
    • is een substitutieplan vereist;
    • welke overgangsperiode en welke verplichtingen kunnen voor het specifieke gebruik gelden.

„PFAS-beheersplan”: het beheersplan voor brandblusschuim moet uiterlijk op 23 oktober zijn afgerond en ondertekend en in het documentarchief van de locatie worden bewaard.

  • Voorbereiding op 2027–2028, met name voor webshops: ondanks het uitstel door „Stop the Clock” kunnen gestructureerd gegevensbeheer en interfaceplanning in 2026 kostenefficiënt worden gestart.

 

Conclusies

Op het gebied van chemische veiligheid is 2026 niet slechts een volgende administratieve mijlpaal, maar onderdeel van een ingrijpende structurele transformatie.

Marktdeelnemers moeten onderkennen dat de regelgeving zich naast traditionele acute gevaren, zoals corrosiviteit en ontvlambaarheid, nu ook richt op chronische en milieurisico’s, zoals hormoonontregeling en mobiliteit in het milieu.

Belangrijkste strategische punten voor 2026:

  • „Stop the Clock” betekent niet dat u niets hoeft te doen: het uitstel tot 2028 maakt een kostenefficiënte overgang mogelijk, maar de technische termijnen in 2026 voor MOCS, de basisvoorwaarden voor digitale etikettering en de nieuwe gevarenklassen staan vast.
  • PFAS-compliance is een kritiek aandachtspunt: het beheer van brandblusschuim is een technische en juridische taak die verder gaat dan veiligheidsinformatiebladen. De samenhang tussen rampenbestrijdings- en milieuvereisten is daarbij doorslaggevend.

De sleutel tot succesvolle compliance in 2026 is toepassing van het „Compliance by Design”-principe: elke nieuwe productontwikkeling en marktintroductie moet vanaf het begin worden beoordeeld in het licht van de nieuwe CLP-gevarenklassen en de REACH-beperkingen voor siloxanen en PFAS.

Deze proactieve aanpak helpt niet alleen boetes wegens niet-naleving te voorkomen, maar biedt ook een concurrentievoordeel op de Europese markt, waar duurzaamheid steeds meer prioriteit krijgt.

 

Hebt u nog vragen?

Klantenservice Stel uw vraag aan onze expert

 

Aanbevolen diensten:

  • VIB-vertaaldiensten
  • Actualisering van veiligheidsinformatiebladen volgens de CLP-vereisten
  • Opstelling van een CLP-etiketontwerp
  • PCN-kennisgeving voor gevaarlijke mengsels

 

Nuttige artikelen:

  • Kompas voor chemische veiligheid
  • FAQ – veelgestelde vragen en antwoorden
  • Tracker voor wijzigingen in regelgeving

 

Deze website is ontwikkeld in het kader van en met steun van het Demján Sándor Programma.